In de zitting van 6 juli heeft de gemeenteraad het nieuwe afsprakenkader voor het Kortrijks Menswaardig Inkomen (KMI) goedgekeurd. In dat kader worden de verstrengde toekenningsvoorwaarden opgelijst. De uitgave van die aanvullende steun daalde gedurende het voorbije jaar al van 35.000 euro naar 20.000 euro per maand en het nieuwe kader moet verder de betaalbaarheid bewaken.
Waar het leefloon een wettelijk instrument is met de bijhorende toekenningsvoorwaarden, heeft elk lokaal bestuur de eigen bevoegdheid om aanvullende financiële steun te verlenen aan wie het nodig heeft. In Kortrijk werd daarom in het verleden het Kortrijks Menswaardig Inkomen in het leven geroepen. Sinds enkele jaren wordt die steun berekend met de REMI-tool, een wetenschappelijk onderbouwde berekeningswijze die de financiële behoeftigheid op gezinsniveau in kaart brengt.
In het bestuursakkoord sprak de stad de ambitie uit om een helder kader op te stellen over hoe met deze steun om te gaan om zo ook de betaalbaarheid te bewaken. Dit kader laat het OCMW van Kortrijk toe om de voorwaarden scherp te stellen vooraleer een cliënt een toekenning van het KMI kan krijgen. In tegenstelling tot het leefloon ligt hier de lokale autonomie om de steun tegen strikte voorwaarden toe te kennen.
Met dit kader scherpen we de voorwaarden sterk aan. Het is niet meer mogelijk om meteen leefloon en aanvullende steun te krijgen en bovendien verwachten we lokale binding. Wie bijvoorbeeld een asielcentrum verlaat en kiest om naar Kortrijk te komen, kan niet langer onmiddellijk deze aanvullende steun krijgen. We verwachten naast lokale binding ook inspanningen op vlak van werkbereidheid, Nederlandse taal en inburgering.Giovanny Saelens, schepen van Sociale Zaken
De werkbereidheidsvoorwaarde is de belangrijkste voorwaarde om KMI te kunnen ontvangen. Niet enkel de aanvrager, maar het hele gezin moet werkbereid zijn en een voltijdse zinvolle dagbesteding hebben. Dat kan bijvoorbeeld een combinatie zijn van werken en het volgen van Nederlandse lessen. Want ook kennis van het Nederlands is een toekenningsvoorwaarde: we verwachten dat het ganse gezin Nederlands spreekt of de taal leert wanneer de taalkennis nog onvoldoende is.
Voor nieuwkomers geldt naast de kennis van het Nederlands evenzeer de verplichting om zich in te burgeren. Wie een verplicht inburgeringstraject moet volgen, dient dit correct na te leven. Voor andere inburgeraars kan het comité een inburgeringstraject beslissen als daar redenen voor zijn. Tegelijk wordt het KMI niet langer toegekend als in het gezin mensen wonen die geen wettig verblijf hebben.
Voor het eerst wordt in een kader rond aanvullende financiële steun het belang van lokale binding als voorwaarde gesteld. Het doel is om duurzame ondersteuning te bieden aan inwoners met duidelijke en blijvende maatschappelijke verankering in Kortrijk en niet om tijdelijke verblijfssituaties of recent ingestroomde hulpvragen op te vangen. Om die reden wordt als toekenningsvoorwaarde verwacht dat de cliënt een aantoonbare en relevante binding met Kortrijk kan aantonen. Een relevante binding kan bijvoorbeeld inhouden om minstens de afgelopen 12 maanden in Kortrijk te hebben gewoond (of verbleven) of in het verleden een binding te hebben opgebouwd door hier te hebben gewoond, gewerkt of gestudeerd.
Het KMI wordt ook niet toegekend aan mensen met een bestedingsproblematiek zoals een verslaving. Deze financiële steun mag niet dienen om een verslaving te financieren. Ook wie geld doorstort naar vrienden of familie, komt niet in aanmerking voor het KMI.
Dit alles vergt een grondig sociaal onderzoek en daarbij wordt maximale medewerking verwacht van de cliënt. Deze moet volledige transparantie bieden in de financiële situatie van het gezin.
Net als het leefloon moet KMI een tijdelijk instrument zijn, voorbestemd voor wie het echt nodig heeft en een springplank richting duurzaam inkomen. Met het KMI kunnen we mensen helpen maar meer dan ooit stellen we helder dat dit niet onvoorwaardelijk is.Giovanny Saelens, schepen van Sociale Zaken
- In 2024 werd 390.000 euro KMI uitgekeerd aan 291 gezinnen (d.i. 32.500 euro per maand)
- In 2025 werd 365.000 euro KMI uitgekeerd aan 235 gezinnen (d.i.30.416 euro per maand
- In 2026 zet de daling zich verder en werd in de eerste jaarhelft 21.500 euro per maand uitgekeerd over 120 gezinnen.