Stad Kortrijk zal de middeleeuwse kelder onder Grote Markt 34/35 aankopen. De 13-eeuwse kelder, die sinds 2004 door de stad in gebruik is voor toeristische activiteiten, vormt een uniek en beschermend stuk Kortrijks erfgoed. De middeleeuwse kelder dateert uit de 13e eeuw.
De middeleeuwse kelder – eigendom van vastgoedvennootschap Immo Sinte-Goedele (Pensioenfonds KBC) – werd de voorbije twintig jaar door de stad gebruikt op basis van een gebruiksovereenkomst. In oktober 2025 liet de eigenaar weten de kelder te willen verkopen. Aangezien het gaat om een waardevolle, 13e-eeuwse kelder die bovendien beschermd is, besliste het stadsbestuur om het aanbod te onderzoeken. Stad Kortrijk koopt de kelder, met een oppervlakte van 114m², aan voor € 35.000.
Met deze aankoop verzekeren we niet alleen de bescherming van een uniek stuk Kortrijks erfgoed, maar ook de blijvende publieke toegankelijkheid ervan. Het netwerk van stenen gewelven, bogen en natuurstenen elementen is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. De kelder biedt een zeldzaam zicht in de bouwtechnieken van het Kortrijk uit de middeleeuwen.Wout Maddens, schepen van Erfgoed
De kelder maakte oorspronkelijk deel uit van een middeleeuwse woon- en handelsstructuur op de hoek van de Grote Markt en de Doorniksestraat. Middeleeuwse kelders lagen in die periode vaak gedeeltelijk bovengronds, maar door het stijgende straatniveau – en een bijkomende ophoging van de Grote Markt in de 19e eeuw – bevindt de kelder zich vandaag volledig ondergronds.
De 13e-eeuwse kelder werd in zijn huidige vorm ontdekt in 1955, bij de sloop van zes huizen aan de zuidzijde van de Grote Markt voor de bouw van de Grand Bazar. Het gaat om een restant van een stenen huis van een welgestelde koopman, vermoedelijk actief in de laken- of textielhandel. De ligging op de Grote Markt, vlak bij de Lakenhalle en op een kruispunt van belangrijke handelswegen, wijst erop dat de kelder dienst deed als opslagruimte voor waardevolle goederen. Oorspronkelijk was de kelder groter, maar door latere opsplitsingen bleef enkel het oostelijke deel bewaard.
De middeleeuwse kelder is volledig opgetrokken in Doornikse kalksteen en bestaat uit twee beuken, gescheiden door twee vrijstaande zuilen met knoppenkapitelen en overdekt met kruisgewelven. Dit duurzame maar kostbare materiaal werd aangevoerd vanuit de groeven bij Doornik via de Schelde en de Leie. Het gebruik ervan wijst op het prestige van het gebouw en laat toe de kelder te dateren van vóór het einde van de 14e eeuw. Doornikse kalksteen werd ook gebruikt in andere belangrijke Kortrijkse monumenten, zoals de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Broeltorens, maar verdwijnt geleidelijk uit het bouwgebruik vanaf de 15e eeuw.
In 1983 werd de kelder officieel beschermd als waardevol erfgoed. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen legde toen een belangrijke voorwaarde op: de kelder moest publiek toegankelijk blijven. Die eis verklaart waarom de eigenaar en de stad al sinds 2004 samenwerken rond het openstellen van de ruimte voor rondleidingen en toeristisch gebruik.
Sinds 2004 gebruikt Stad Kortrijk de middeleeuwse kelder op basis van een gebruiksovereenkomst. De stad investeerde toen in verlichting, veiligheidsvoorzieningen en een betere toegankelijkheid, telkens volgens de regels van de kunst. De middeleeuwse kelder werd sindsdien een vaste halte in historische wandelingen door de stad, met jaarlijks ongeveer 150 groepsbezoeken.
Hiermee geven we een uniek stukje Kortrijkse geschiedenis opnieuw een toekomst. Dit erfgoed ligt letterlijk onder het hart van onze stad en biedt een bijzondere meerwaarde voor bezoekers én Kortrijkzanen. Door deze plek open te stellen en te integreren in ons toeristisch aanbod, versterken we de beleving van het historisch centrum en maken we ons verleden tastbaar voor een breed publiek.Maxim Veys, schepen van Toerisme