Opening begijnhof meteen ook start van restauratie klooster Onze-Lieve-Vrouwehospitaal

Vlaams minister Diependaele opent gerestaureerd begijnhof en bezoekt Augustinessenklooster

Vanavond wordt het einde van de restauratiewerken aan het Begijnhof Kortrijk gevierd met een plechtige opening in aanwezigheid van Matthias Diependaele, Vlaams minister van Onroerend Erfgoed. De minister brengt voorafgaandelijk een werkbezoek aan het historische klooster van het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal op het Buda-eiland. Het klooster vormt het volgende grote restauratieproject in Historisch Kortrijk. De minister kondigt vandaag ook aan dat Vlaanderen een restauratiepremie van bijna 1,4 miljoen euro toekent voor de restauratie van de buitenschil van het klooster. Kortrijk voorziet voor deze eerste fase 1,6 miljoen euro. Daardoor kan de restauratie van het klooster van start gaan, kort na het beëindigen van de restauratiewerken in het begijnhof.

Plechtige opening Begijnhof

Zoals al eerder aangekondigd, organiseert Kortrijk van 9 t.e.m. 11 juli een openingsweekend om het einde van de totaalrestauratie van het Begijnhof te vieren. Vanavond vindt een plechtige opening plaats waar ook minister Diependaele zal spreken. De Vlaamse overheid heeft immers stevig mee bijdragen aan de restauratie, via investeringsmiddelen en door de expertise van het Agentschap Onroerend Erfgoed in te brengen.

Met de volledige restauratie (fases 1 t.e.m. 10) is een bedrag van 16,5 miljoen euro gemoeid. De meerjarenovereenkomst voor fases 5 t.e.m. 6 kostte 10,3 miljoen euro, waarvan 6,6 miljoen euro Vlaamse erfgoedsubsidies en 3,7 miljoen euro middelen van het lokale bestuur.

Startschot voor restauratie klooster

Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele zet het licht op groen voor de restauratie van het klooster van het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal in Kortrijk. De Vlaamse overheid kent hiervoor een premie van 1.387.717,42 euro toe. Deze middelen komen uit het relanceplan Vlaamse Veerkracht, waarmee de Vlaamse Regering 4,3 miljard euro investeert om het economisch en maatschappelijk weefsel te herstellen na de coronacrisis.

Kortrijk legde reeds de basis van de restauratiewerken door het opmaken van een beheersplan, dat aangeeft hoe het klooster best wordt gerestaureerd, beheerd en op termijn ook ontsloten voor het publiek. De eerste en ook de meest dringende stap is het aanpakken van de buitenschil van het klooster, daarna wordt een dossier uitgewerkt voor het restaureren van het interieur. Op langere termijn kan het klooster, waar op vandaag nog een achttal zusters Augustinessen wonen, een neven- of herbestemming krijgen die past binnen het masterplan voor de Budatip.

De gevels en daken van het klooster dat bij het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal op het Buda-eiland hoort, worden gerestaureerd. Deze eerste werken zijn noodzakelijk om de gebouwen goed te bewaren. Onroerend erfgoed vertelt vaak een lokaal verhaal en geeft mee vorm aan onze Vlaamse identiteit. Dankzij middelen uit het relanceplan kunnen de eigenaars van deze monumenten een ondersteuning krijgen om de waarde van het erfgoed te bewaren. Matthias Diependaele, Vlaams minister van Onroerend Erfgoed
Het klooster van het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal, ook gekend als het Augustinessenklooster, is een enigszins verborgen erfgoedparel uit het OCMW-patrimonium. Het klooster gaat terug tot het begin van de 13de eeuw. Belangrijke delen van de buitenschil zijn nog vrij authentiek en omvatten ook sporen van de oorspronkelijke bebouwing in Romaanse stijl en de delen van de oude stadsmuur van Kortrijk. De site omvat onder meer een laatgotisch poortgebouw, een barokke kapel, een 16de eeuwse keuken en een kloostertuin naar Engels model. De toekenning van een aanzienlijke premie voor de broodnodige restauratie van de buitenschil van het klooster is bijzonder goed nieuws. Uitgerekend op de dag dat we de afwerking van de totaalrestauratie van het Kortrijkse Begijnhof vieren, kunnen we starten met het kloosterproject. Opnieuw slaan Vlaanderen en Kortrijk de handen in elkaar. Ongetwijfeld het begin van een nieuw succesverhaal. Philippe De Coene, schepen van Onroerend Erfgoed

Bevoegd